De teelt in de kas

Half augustus wordt de kas opgeplant met een teelt van het ras Elsanta. De planten worden in een pot met grove potgrond geplant, er staan vier planten per pot in. Na het planten wordt het eventueel aanwezige onkruid van de potten gehaald. Ongeveer een maand later zijn de bloemtrossen zo ver gestrekt dat we deze "door kunnen gaan halen". Dit betekent dat de (bloem)trossen uit het blad naar voren worden gehaald en het blad achter het daarvoor bestemde "bladtouwtje" worden gedaan. Op deze manier komen de bloemen goed naar voren. Dit is nodig voor een goede bestuiving, lichtopvang en later voor het plukken van de aardbeien.

Begin oktober kunnen dan de eerste vruchten worden geoogst. Tot ongeveer kerstmis oogsten we van deze planten. De planten blijven na de oogst in de kas staan, als de plant voldoende bloemtakken heeft aangelegd voor het voorjaar gaat de kas "koud". Dit betekent dat de kas vorstvrij wordt gehouden. Als de plant voldoende kou heeft gehad wordt de kas langzaam aan weer opgestookt en herhaald hetzelfde proces zich weer als in het najaar. De oogst loopt van april tot en met begin juni. Daarna gaan de planten uit de kas.



De sturing van de teelt

Het sturen van het klimaat in de kas en de voeding van de planten komt heel nauwkeurig. Al de processen die hiermee samen hangen worden gestuurd door middel van een klimaatcomputer. Hierbij valt te denken aan:
- temperatuur
- luchtvochtigheid
- CO² dosering
- lichtinval, door middel van en bovenscherm
- bemesting
- watergeven (hoeveelheid en sturing van Ph en EC waarde)

Op basis van het maken van rapporten aan de hand van o.a. grafieken en het nemen van analyses van de potgrond, drainwater en de plant wordt de optimale besturing van het klimaat en bemesting bepaald.

Een aardbei is geen intensief gestookte teelt t.o.v. paprika's of komkommers. Om toch zo zuinig mogelijk met energie om te gaan hebben we een warmtebuffer waar warmte in opgeslagen kan worden. Daarnaast is de kas voorzien van een bovenscherm en gevelschermen om een isolerende werking te krijgen.

Het water wat de planten krijgen tezamen met de meststoffen bestaat voor 90% uit hemelwater. Het water wat gebruikt wordt voor de dak- en onderberegening, bestaat voor 100 % uit hemelwater. Het regenwater wat op de kas valt wordt opgevangen in een waterbassin. Dit bassin heeft een opvangcapaciteit van 5.000 m².

Voor het bestrijden van ziekten en plagen wordt gebruik gemaakt van biologische bestrijding. De inzet van chemische gewasbescherming is tot een minimum beperkt. De eisen vanuit de Global Gap en Natures Choice certificering liggen erg hoog.